Kunst

Het kruideniersmuseum: heel persoonlijk

Achter een glimmende weegschaal staan twee dames. Twee van de zestien vrijwilligers die het Museum voor het Kruideniersbedrijf draaiende houden. “Kan ik u misschien helpen?”, vraagt één van hen beleefd. Ze trekt hoopvol een papieren zakje van de gietijzeren zakkendrager boven haar hoofd.

Waar zijn we nu weer beland?
Het is in het kruideniersmuseum eigenlijk altijd 1948. De maatschappij schudt op zijn grondvesten. Jarenlang waren mensen het gewend om hun eten te halen bij de boer zelf, of bij de winkel op de hoek. Waar de kruidenier eerst ernstig met zijn weegschaal aan de slag ging, zijn er nu initiatieven van de overheid om huisvrouwen eraan te laten wennen dat ze hun pakken melk en gerstvlokken zelf uit het schap mogen pakken. Zelfbediening in de winkel! Waar gaat het toch heen met de wereld.

Het winkeltje

En we weten nu waar het heen ging: In 2008 mochten we bij de Albert Heijn opeens zelf scannen en afrekenen. Legers kopers bliepen kletsend met hun handscanner door de supermarkt. Ze vinden het heerlijk, eindelijk ontworsteld aan de zoektocht naar de snelste rij en verlost van de traagste caissière. Maar hoe ging dat vroeger eigenlijk?

Kruidenier: de supermarkt van vroeger
“In het kruideniersmuseum laten we zien hoe een product vroeger bij de consument kwam”, vertelt Frits Kockelmann, coördinator van het museum. En hoe gebeurde dat? In een heilige drie-eenheid: Scheppen, wegen en dan met contant geld betalen.

“Scheppen, wegen en dan met contant geld betalen.”

De kruidenier had een belangrijke rol. Die bepaalde het assortiment samen met de grossier en de fabrikant. De kruidenier was ook degene die klanten informatie gaf bij wat ze kochten. Frits heeft zelf gezien hoe razendsnel die rol veranderde in de laatste zestig jaar. “Daarom vinden we het belangrijk dat je hier nog kan zien hoe het vroeger ging.”

Wat kan je leren in het museum?
Frits vertelt dat de verpakkingen in het museum heel goed laten zien wat een kruidenier in 1948 allemaal op zijn of haar bordje had. “Aan de ene kant heb je de logistiek, en daarnaast zijn marketing en productinformatie heel erg belangrijk.”

De supermarktmanager van nu doet zijn administratie via streepjescodes. Eigenlijk verkopen supermarkten alleen nog maar voorverpakte producten. Dat gold niet voor het begin van de jaren vijftig. “Veel spullen die hier staan hebben te maken met de winkeliers die nog zelf hun spullen in de winkel verpakten.” Frits wijst naar een paar houten lades waar de winkeliers eind jaren vijftig hun zakken mee vol schepten. “75% van alle verkochte spullen werd toen nog in de winkel ingepakt.”

“Eerst stond er niets op de verpakking. Je vroeg dat soort dingen aan de winkelier.”

Frits ziet daarnaast dat verpakkingen steeds complexer zijn geworden. “Nu heb je alle ingrediënten, alle E-nummers en zelfs het aantal calorieën erop staan. Eerst stond er niets op de verpakking. Je vroeg dat soort dingen aan de winkelier. ”


Marketing
Misschien zit de leukste les uit het museum nog wel in de creatieve marketing van de fabrikanten en winkeliers. Op allerlei verschillende manieren probeerden ze toen (en nu nog steeds) meer artikelen te verkopen. Daar vind je leuke voorbeelden van in het museum.

In één van de vitrines staat een compleet servies dat je kon sparen bij de boodschappen. Dat servies verschilt eigenlijk maar weinig van een (scherpe) messenset of voetbalplaatjes. En als je goed kijkt zie je ook een wastobbe in de hoek staan, met de voorloper van afwasmiddel. Een stuk zeep in een soort van barbecuetang met gaatjes. Onmisbaar voor iedere huisvrouw en zo ongelofelijk eenvoudig. Komt dat bekend voor?

Heel persoonlijk
“We hebben eigenlijk niet één ‘leukste item’”, antwoordt Frits op een vraag naar het pronkstuk in het museum. “Dat is voor iedereen anders. We krijgen mensen over de vloer die enthousiast worden van een oude koektrommel die ze herkennen van bij hun moeder thuis. Andere mensen vinden het heel interessant om onze voedselbonnen uit de 2e wereldoorlog te zien.” Ook zijn er veel toeristen die interesse hebben in dit kleine stukje oud-Nederland en op zoek zijn naar typisch Nederlandse producten.

“We hadden hier een keer een Australische jongen die met tranen in zijn ogen op een stuk zoethout stond te kauwen…”

“We hadden hier een keer een Australische jongen die met tranen in zijn ogen op een stuk zoethout stond te kauwen, omdat hem dat zo deed denken aan zijn Nederlandse oma.”

Aan de kassa van de snoepwinkel horen we dat Italianen in de winkel vaak op zoek zijn naar anijsmelktabletten. Die worden in Italië niet meer gemaakt en dan ook in bulk ingeslagen in het kleine 17e eeuwse huisje achter Café ‘t Hoogt.

Anijsmelk-Tabletten

En wat brengt de toekomst?
“In de toekomst hebben we helemaal geen informatie op de verpakking meer nodig. Dan scan je een code met je mobieltje en kan je gelijk zien wat er in zit. En misschien komen we wel helemaal niet meer in de supermarkt.” Frits verwijst naar de online bestelservices die als paddenstoelen uit de grond schieten. Hij denkt dat de supermarkt zich straks gaat richten op ‘fun’ en dat het normale inkopen dan online gebeurt.

Moet de snoepwinkel van het kruideniersmuseum dan ook aan een webshop? “Nee”, zegt Frits direct. “Wij zijn hier om mensen juist te laten zien hoe het vroeger ging. Dus gewoon met een weegschaal en betalen met contant geld.”

“…gewoon met een weegschaal en betalen met contant geld.”

Een paar minuten later stroomt er een grote groep scholieren de snoepwinkel binnen. Ze staan een beetje bedremmeld in de kleine ruimte, overweldigd door alle keuze. Na een tijdje zetten ze de dames achter de kassa aan het werk. Er worden snoepjes geschept en in papieren zakjes gestopt.

“Dat is dan 4 euro.”
“Kan ik ook pinnen?”

En masse lopen de scholieren (nog) zonder snoepjes naar de pinautomaat op de Neude.

Zelf eens kijken?
Het kruideniersmuseum is gratis te bezoeken en open van dinsdag t/m zaterdag van 12:30 tot 16:30 uur. Het is een heerlijke plek om even te onthaasten en een kijkje te nemen in een winkel van vroeger. Ook erg interessant als je houdt van oude koekblikken en mooie oude reclameplaten. Afhankelijk van je oog voor detail hang je er ongeveer een half uurtje rond en daarna nog een uur beneden om het lekkerste snoepje uit te kiezen.

Wist je dat…

  • …de introductie van de koelkast (samen met winkelmandjes) in Nederlands werd geïntroduceerd door Albert Heijn (de man, niet de supermarkt)? Hij wilde zijn klanten graag voor een koelkast laten sparen in de winkel.
  • …E-nummers juist bedoeld zijn om consumenten te beschermen?
    Ze hebben nu een verschrikkelijk imago, maar ze worden op verpakkingen vermeld om zo aan te geven dat het met deze stofjes juist ‘wel goed zit’.
  •  …het kruideniersmuseum ook wel het Betje Boerhave-museum heet?
    Betje was een potige kruideniersvrouw uit Utrecht. Uit haar dagboek blijkt dat zij degene was die de winkel draaiende hield. Haar man was op pad om te praten met grossiers en klanten, terwijl Betje in de winkel de klanten hielp, de administratie deed en slechte leveranciers op hun kop sloeg.

Geef een reactie

[instagram-feed]