Hotspots

Op vakantie in eigen stad: hostel Strowis

Aangekomen bij een karakteristiek pand uit de 17e eeuw, druk ik op de bel. Achter de luid krakende deur zit een vriendelijke man, die ons de kamersleutels overhandigt en ons een kopje thee aanbiedt. Of we ook een plattegrondje van de stad willen? Nee, bedankt!

Al snel maken we kennis met Joost, die ons trots een rondleiding geeft door het hostel. Op de vraag of hij hier de eigenaar is, antwoordt hij liever als kapitein gezien te worden: “Op een goed functionerend schip heb je amper door wie de kapitein is, iedereen werkt hard en heeft zijn eigen verantwoordelijkheden. Af en toe stuurt de kapitein wat bij”. Bij hostel Strowis is dat niet anders en van een hiërarchische structuur is dan ook geen sprake.

Joost neemt ons een stukje mee de geschiedenis in. Hostel Strowis is ontstaan vanuit ACU (gelegen aan de Voorstraat), dat in 1976 ontstond toen de voormalige Auto Centrale Utrecht gekraakt werd. Jaren diende ACU als filmhuis, concertgebouw en ontmoetingsplaats. In 1993 ontstond het idee ACU te kopen, maar dan wel met iets nieuws erbij: hostel Strowis. Na een hoop steun van familie, vrienden en andere sympathiekelingen opende Strowis in 1998 de deuren.

Het hostel telt 60 bedden, verdeelt over 15 kamers en wordt meestal geboekt door backpackers, uitwisselingsstudenten of cultuurliefhebbers. Naast een groepje vaste werknemers zijn er ook heel wat vrijwilligers werkzaam bij Strowis. Zo is er iemand die de prachtige tuin onderhoudt en staan er soms vrijwilligers achter de bar. Een kloof tussen werknemers en gasten is er nauwelijks en dat zorgt voor een bijzonder sfeer bij hostel Strowis. Zelf omschrijft Joost hostel Strowis als een ‘oase van rust in een steeds gekker wordende wereld’.

Af en toe biedt hostel Strowis ook een podium voor muzikanten en zo ook de avond dat wij er zijn. Teemu Markkula, zanger van de Finse band Death Hawks verzorgt een akoestische set terwijl de rest van zijn band rustig plaatsneemt in het publiek. Zijn volle sound vult de hele ruimte en dankzij zijn dromerige en licht psychedelische nummers gaat het geroezemoes van de gasten langzaam over in stilte. Zijn bijzondere kapsel en excentrieke blouse geven een extra touch aan de performance.

Wanneer het optreden voorbij is, drinken we een biertje in de tuin met Joost en komen de mooie verhalen naar boven. Hij vertelt over een ‘gezellige tante’ uit Ierland, die laatst voor het héle hostel had gekookt en over twee Italianen waarbij de schoonmaker een hoop beweging aantrof in de prullenbak van hun kamer. Wat bleek? Slangensmokkelaars!

Later op de avond neemt Joost ook nog even de rol van boswachter op zich en vraagt ons mee te komen naar de vijver in de tuin. Na enkele seconden ademstilte horen we een vreemd gefluit. Wat in eerste instantie klinkt als een synthesizer, blijken vroedmeesterpadden. “Deze padden komen van oorsprong alleen voor in Zuid-Limburg”, vertelt Joost trots. Hij is écht van alle markten thuis.

Ik kan me voorstellen dat een overnachting in een hostel wat tegenstrijdig klinkt, wanneer er op fietsafstand al een bed op je staat te wachten. Toch is het zeker de moeite om hostel Strowis te onthouden. Bijvoorbeeld voor die keer dat je neef uit Canada over komt, voor wie je eigenlijk geen ruimte hebt. Of zie ik je misschien een keer bij een optreden?

Geef een reactie

[instagram-feed]