Short Stories

De fietsers van Utrecht

Met de eindbestemming in gedachten trapt de fietser zich zo snel mogelijk vooruit. Andere weggebruikers schrikken regelmatig van deze voorrang nemende tweewieler, die regelmatig plotseling in kleine kuddes voor de autoruit langs fietst. Ik observeerde de fietser. Want fietsen, dat is een vak apart.

De fietser is een ruig mens en ziet overal fietsmogelijkheden. Fietsers nemen graag de weg over. Busbanen hebben slechts de naam busbaan, dat betekent niet dat je er niet overheen kan als je vervoermiddel niet genoeg wielen heeft om ‘bus’ genoemd te worden. Net zoals voetpaden en smalle gangetjes. Naast het feit dat fietsers elk stukje asfalt als befietsbaar zien, hebben ze nog andere trucs om zo snel mogelijk op de gewenste bestemming aan te komen.

Bijvoorbeeld de stoplicht-truc: een manoeuvre waarbij je vlak voor een stoplicht even stopt met trappen om in te schatten of je nog door het rode licht heen kan knallen. Ruig en risicovol. Voorrang nemen; iets voor de ervaren fietser. Voor de automobilist komt dit vaak over als een lompe en twijfelachtige actie, maar de fietser ziet zichzelf als een elegante en snelle gazelle die er wel even tussendoor sprint. Helaas garandeert deze operatie geen fris begin van je dag, een omvangrijke zweetuitbarsting ligt op de loer.

Na enige observatie heb ik een grove onderscheiding gemaakt tussen twee verschillende soorten fietsers. Gespot op de Utrechtse (fiets)paden. Zo noem ik mijzelf ook wel fietsenspotter. Om te beginnen is er de gehaaste en daarmee ook de ongeduldige fietser. Ook wel gekenmerkt door schuin naar voren te zitten met het hoofd zo dicht mogelijk bij de eindbestemming.

Een naar eigen zeggen snuggere fietser die flink gebruik maakt van manoeuvres als: inhalen, afsnijden en het fenomeen ‘binnendoor weggetjes’. Deze fietser lijkt permanent haast te hebben. Deze intimiderende manier van doortrappen neemt je gemakkelijk in de maling. Zo denken omstanders dat deze fietser belangrijk is en op veel plekken tegelijkertijd wordt verwacht. Maar schijn bedriegt. Deze fietser is meestal te laat en is genoodzaakt zich rap voort te bewegen om tijd te winnen.

Het tweede type fietser kenmerkt zichzelf door de ‘ik kom heus wel op mijn eindbestemming’-mentaliteit. In tegendeel tot het eerste type zit deze fietser rechtop om medeweggebruikers goed in de gaten te houden. De fietser die zeker nog het verkeersdiploma, behaald op de basisschool, koestert en netjes een zwaai naar links of rechts geeft zodra er een andere keus wordt gemaakt dan het pad te volgen. Een beleefde en weloverwogen fietser die geen problemen ervaart bij het wachten voor een rood stoplicht. Terwijl medefietsers staan te popelen om over te steken en al in de startblokken staan om weg te sprinten, neemt de geduldige fietser rustig de tijd en inspecteert nog eens rustig de inhoud van zijn jaszak.

Naast een zekere aanleg voor een van deze fietstypes heeft context ook invloed op je fietsgedrag. Fietsen wordt pas echt een kunst op het moment dat er op meer gelet moet worden dan alleen het verkeer. Het besturen van een bakfiets is heel andere koek dan het dragen van een tas met schoolboeken. Onderweg ontbijten of wakker worden met een kop koffie vergt ook extra vaardigheden. Daarnaast is afleiding snel veroorzaakt tijdens het vervoeren van kinderen en/of humeurige huisdieren. Een wiebelende medepassagier op de bagagedrager maakt het fietsen ook ingewikkelder.

Zelf versleep ik graag zo veel mogelijk spullen per fiets. Vaak onnodige ballast, maar ook regelmatig zware boodschappen. Als fietser voel ik me hierdoor beperkt. In beweging komen gaat hierdoor stukken lastiger. Ik val veel gemakkelijker om, vaak dankzij een tas die van mijn schouder valt. Waarna ik onhandig door peddel en mezelf met mijn voet afzet, met hoop op doorrollen. Als ik wil afslaan ben ik ervan overtuigd dat iedereen die op mijn pad komt mij moet laten voorgaan omdat fietsen voor mij nu lastiger is. Ik doe dan alsof ik er niet ben en zo forceer ik anderen voor mij te stoppen zodat ik met al mijn bagage door kan rollen.

Iets anders wat het fietsen extra lastig maakt is plotselinge haast. In zo’n situatie, als ik me bijvoorbeeld heb verslapen, ben ik de fietser die zorgt voor de nodige dramatiek op de weg. Ondanks twijfel over de haalbaarheid van ruige manoeuvres, trotseer ik toch nog die 10 meter door het oranje licht en zigzag ik mezelf een weg door de menigte.

Hard fietsen, de wind door je haren. Ik stel me voor dat deze mensen iets te verliezen hebben.

Geef een reactie

[instagram-feed]